Snel/traag.

Het is pas als je een fotografie workflow toepast en er midden in zit dat je er de nadelen van ondervindt.

Analoog was een hele tijd in de verdrukking door het ‘veel belovend land’ van de snelle fotografie.  Tot je er midden inzit en ook de nadelen ervan ontdekt.  De snelle fotografie (te beginnen met het fototoestel) is zeer complex (gelukkig maar, getuige de vele cursussen).  En éénmaal ‘toch’ dit allemaal onder de knie staan er ‘geen limieten’ meer op de wereld van het ‘te veel’: te veel beelden, te kleurrijk, te scherp, te clean, te grote afdrukken (door anderen gemaakt) om niet te spreken over de ‘gedrochten’ van de HDR toestanden (zie de fotoclub syndroom toestanden).

En het grootste nadeel van de snelle fotografie is nl. al de ‘massa tijd’ die je spendeert aan het schermwerk, zonder dat je enige garantie hebt dat het beeld ook op ‘dezelfde manier’ getoond wordt op al die ‘andere variaties van schermen’.

Een beeld is pas een beeld als het geprint wordt.

Ondertussen wordt de trage fotografie terug als een volwaardig alternatief aanzien , zoekt het eerder de meditatieve, kunstzinnige weg…
Traag bij de opnames, traag bij de verwerking ervan én een heerlijke tijd bij het zelf printen in de doka. De fotograaf kan het hele proces zelf ‘bemeesteren’: de print is een wezenlijk onderdeel van de trage fotografie. Bovendien blijven vele doka print technieken uniek: bvb collodium, zoutdruk silver gelatine print, palladium print.

Is de trage fotografie nog commercieel haalbaar? Kan je ervan leven? Wellicht niet, maar dat is de ‘aan het scherm gekluisterde’ fotografie evenmin. De snelle fotograaf is veroordeeld tot het zoeken van een 2de job.

Lees in dat verband ook: https://efbeo.blog/2017/04/27/fotograaf-mv/

Als zelfs een topfotograaf (Stephan Vanfleteren) om steun vraagt aan de overheid, dan weet je het wel…